Historie

Eind negentiende begin twintigste eeuw werd in verschillende Europese steden hoger handelsonderwijs als nieuwe studie ingevoerd. Rotterdam had zich inmiddels ontwikkeld tot een aanzienlijke havenstad met alles wat daarbij hoort. Maar de stad ontbeerde mogelijkheden voor hoger onderwijs. Een drietal initiatiefnemers, de heren A. Ruys, C.A.P. van Stolk en mr. W.C. Mees wisten in 1913 genoeg personen voornamelijk uit het Rotterdamse bedrijfsleven te mobiliseren om de oprichting van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool mogelijk te maken. Na een voorbereidingstijd van slechts enkele maanden werd op 29 april 1913 de Vereeniging tot Oprichting eener Nederlandsche Handels-Hoogeschool gesticht die de rechtsvoorganger is van het huidige Trustfonds. Op 23 juli 1913 konden de statuten worden vastgesteld en werd de definitieve naam Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Handelsonderwijs (Nederlandsche Handels-Hoogeschool) vastgelegd. De feestelijke opening van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool vond plaats op zaterdag 8 november 1913 in de Groote Zaal der Sociëteit Harmonie, toentertijd gevestigd aan de Coolsingel bij het Hofplein. Toen op maandag 10 november 1913 de lessen van start gingen, hadden zich 55 voltijdstudenten ingeschreven.

In 1939 werd door de wettelijke basis die het hoger onderwijs kreeg de naam gewijzigd in Nederlandsche Vereeniging voor Hooger Onderwijs in de Economische Wetenschappen (Nederlandsche Economische Hoogeschool).
Overwegingen van organisatorische, financiële en juridische aard vormden de aanleiding die tot de wijziging van 1956 leidde, waarbij de twee taken der Vereniging, namelijk de onderwijstechnische en de financieel-beherende, over twee rechtspersonen werden gesplitst. Voor de tweede taak werd een afzonderlijke instelling, de Vereniging tot bevordering van de belangen der Nederlandsche Economische Hoogeschool (het Trustfonds) opgericht. In 1963 werd de NEH uitgebreid met de Faculteit der Sociale Wetenschappen en de Faculteit der Rechtsgeleerdheid. Eerst 10 jaar later werd de naam van de vereniging statutair aangepast aan de nieuwe situatie tot Vereniging Trustfonds voor Maatschappijwetenschappen. Intussen was na een korte voorbereidingstijd de Medische Faculteit Rotterdam (MFR) op 7 oktober 1966 officieel van start gegaan.

Op 3 maart 1967 kwam de Stichting Fonds Medische Faculteit Rotterdam tot stand, dankzij een schenking van de gemeente Rotterdam van één miljoen gulden.

Op 1 februari 1973 wordt de Erasmus Universiteit Rotterdam gevormd door een fusie tussen de NEH en MFR. Het Trustfonds ondersteunde deze oprichting met een bedrag van anderhalf miljoen gulden. Vervolgens werd er jaren gesproken over het stichten van één fonds voor de gehele universiteit. Op 8 november 1977 was het zover dat door het samengaan van de Stichting Fonds Medische Faculteit Rotterdam en de Vereniging Trustfonds voor Maatschappijwetenschappen, de Stichting Universiteitsfonds Rotterdam, kon worden opgericht.
De Vereniging Trustfonds werd echter niet geheel opgeheven, maar bleef bestaan ten behoeve van de voordrachtsrechten (o.a. hoogleraren) die de vereniging had.

Per 1 januari 1991 werden zowel het vermogen als de voordrachtsrechten ondergebracht bij één vereniging en werd de huidige naam vastgesteld Vereniging Trustfonds Erasmus Universiteit Rotterdam.
Eind 2005 komt de fusie tot stand van de Vereniging Trustfonds met de Vereniging R. Mees & Zoonen Fonds 1920, welke laatste na een verandering van naam en rechtspersoon voortkwam uit de Stichting Hoogeschool-Fonds 1920. De Stichting Hoogeschool-Fonds 1920 was dat jaar opgericht door het bankiershuis Mees en Zoonen ter gelegenheid van het tweehonderdjarige bestaan van de firma.
De specifieke doelstellingen van het Hoogeschool-Fonds zijn verankerd in die van het Trustfonds, vooral waar het betreft het verlenen van renteloze leningen aan minvermogende maar veelbelovende studenten.

Per 1 mei 2017 is door een juridische herstructurering van het Erasmus Trustfonds een scheiding aangebracht tussen de verenigingsactiviteiten in de Vereniging Erasmus Trustfonds (VET) en anderzijds het beheren, uitgeven van rendement op vermogen / doelbestedingen en de wervingsactiviteiten in de Stichting Erasmus Trustfonds (SET). De SET is de rechtsopvolger van de oude vereniging (1913) en aangewezen als Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI). Dit houdt in dat er geen schenk- of erfbelasting betaalt hoeft te worden over een schenking of een erfrechtelijke verkrijging.